Les années Before | Soft Machine| Matching Mole | Solo | With Friends | Samples | Compilations | V.A. | Bootlegs | Reprises|
Interviews & articles
     
 Robert Wyatt van de Soft Machine - We zijn doodsbang voor elkaar - Aloha #36 - 4/9 tot 18/9 1970


robert wyatt van de soft machine

WE ZIJN
DOODSBANG
VOOR
ELKAAR

foto en tekst: barend toet


Tot voor kort dacht ik om een of andere reden, dat de Soft Machine een van de hechtste groepen was, die er zo rondlopen. Het soort muziek dat ze maken eist gewoon, dat men goed met elkaar kan opschieten. Meer dan bij een groepje als de Free moeten Hopper, Wyatt, Ratledge en Dean elkaar aanvoelen en begrijpen, anders is muzikale 'kommunikatie' uitgesloten. Zodra er moeilijkheden in die kommunikatie ontstaan, merk je dat aan de muziek. Het was ook een soort kommunikatie-stoornis, die er de oorzaak van was dat Kevin Ayers indertijd de groep verliet. Die dingen zijn moeilijk precies onder woorden te brengen. Meestal prevelt men wat over 'verschillende nivo's' of 'andere golflengte'. In het geval van Kevin kwam daar nog bij dat hij volledig afknapte op het leven tijdens de verschillende toernees, vooral de bezoeken aan de V. S. waren hem teveel. Een Andere kwestie was het verdwijnen van fluitist Lynn Dobson. Tijdens het laatste Mojö-konsert in het Concertgebouw was hij er nog bij, maar tijdens het Holland Pop Festival ontbrak deze niet geringe muzikant.

Robert Wyatt: 'Dobson hebben we eruit getrapt. Het was een boef en een klootzak, een zeer lullig persoon. Hij was een onbetrouwbaar element. We mochten hem geen van allen.

Muzikaal voldeed hij goed, maar je moet ook met elkaar kunnen leven. Al onze beslissingen zijn primair muzikaal, maar de rest moet ook kloppen.'

Goed, Dobson was kennelijk nogal een zak Goed, Dobson was kennelijk nogal een zak en werd daarom verwijderd, dat is nog niet in tegenstrijd met mijn ideeën over de hechtheid van de rest van de groep. Maar de laatste tijd gebeuren er dingen, die er niet zo hecht uitzien. Wyatt heeft aangekondigd - en de daad bij het woord gevoegd - dat hij met Kevin Ayers en The Whole World mee gaat doen als de Soft Machine geen verplichtingen heeft. In de praktijk betekent dit, dat Robert veel meer met Ayers mee zal doen dan met Ratledge en Hopper. Die twee zien namelijk steeds minder in reizen en trekken en houden de agenda gesloten, Wyatt wordt dus een soort free lance drummer. Die term gebruikte hij ook tegen Jan Donkers, die hem wat vragen stelde tijdens Piknik. Overigens staat dat niet vast, want de volgende dag zei Wyatt tegen mij: 'Zei ik dat? Ja, gis­teren was ik in een bui om dat soort be­slissingen te nemen, maar vandaag weet ik het weer niet,'




In de verschillende gesprekken die ik met Robert had, was dit soort vaagheid troef. 'We zijn allemaal een beetje in de war deze zomer', zei hij ter verklaring. Die warrigheid maakte het interviewen wel moeilijk, maar niet vervelend, Wyatt is een vriendelijke jongen, die zich makkelijk uit. De donderdag, dat Piknik werd opgenomen, gingen we 's middags ergens wat eten. De tent had alleen patat en kroketten. Dus werden het patat en kroketten, die niet bepaald het enthousiasme verhoogden. Terwijl de vermoeide troep met enigs-zins lange tanden de bleke stukjes aardappel naar binnen werkte, zat Robert lekker te eten en bier te drinken, tevreden met het feit dat er tenminste iets te eten was. Ik heb nog nooit iemand gezien die zich zo makkelijk en volkomen aan een situatie aan weet te passen. Hij kan slapen waar en wanneer dat nodig is. Op deze toer, die belachelijk inspannend was - zes konserten, een teeveeoptreden en een radio-programma in vier dagen - leefde Wyatt volkomen ontspannen en tevreden, terwijl de rest steeds ver-moeider en sjagrijniger werd.

Wyatt: 'Daar moet je aan wennen. Het komt er op neer dat je alleen mag eten als je slaapt of speelt. Dat is nu al vier jaar zo en 't zal wel niet meer veranderen.'

Twee dagen later zaten we aan de Amstel, in de uitspanning 'Het Kleine Kalfje', dronken bier met cognac, zeer lekker, de drank waarop Robert leeft en praatten over het hoe, wat en waarom in de Soft Machine vandaagdedag. Na een half uur vertellen over hopper (een teruggetrokken figuur, die buiten woont en niets anders doet dan zich toeleggen op het schrijven van muziek) en Ratledge (idem, alleen woont hij niet buiten), kwam Robert tot de slotsom dat hij niets meende - en alles meende - van wat hij net gezegd had en dat ik het maar liever niet gebruiken moest: 'Zie je, we zijn vrienden. Elke keer hoor ik mezelf zeggen 'Mike dit en Hugh zus' en dan voel ik 'Sorry Mike, sorry Hugh'. Ik zou er niet zo vanaf komen als zij er bij waren. We voelen ons momenteel niet zo lekker. Vers'chillen voortdurend van mening. We zijn bij elkaar gekomen omdat we zo verschillen. Daardoor liep het allemaal, je vangt elkaar op, de reacties complementeerden elkaar. Maar de laatste tijd…

Hugh en Mike worden steeds meer schrijvers. Ze vinden dat ze zich daar op toe moeten leggen, Hugh is op het land gaan wonen en schrijft de meest ongelooflijke dingen. Hij zou nooit zo produktief kunnen zijn als hij onder de druk van het voortdurend optreden stond.

Doordat we haast niet meer optreden, wordt ons spel stijf, ongemakkelijk vind ik. Mike en Hugh nemen afscheid van een stuk als het geschreven is. Dan is het af. Ze hebben het niet nodig elke avond hetzelfde te spelen. Ik wel. Voor mij gaat een stuk pas leven als er drie of vier avonden per week op gewerkt is. Ik leef juist tijdens het toeren.

- Die stijfheid viel mij ook op tijdens jullie spel op 't Holland Popfestival. Ik vond ’t niet half zo goed als een ½ jaar geleden in 't concertgebouw. 'Het Concertgebouw, dat was nog in de goeie, ouwe tijd, in die heerlijke dagen, dat je de hele dag aan balans en geluid kon werken. Dan zaten we de hele dag al in de zaal, werkten aan het geluid, hadden een geweldige tijd om ons aan de ruimte en de sfeer aan te passen. Bovendien werkten we met mensen die we goed kenden. Alles ging lekker en op 'n goeie manier. Dan gingen we lekker eten in 'n goed restaurant. Logies dat je dan goed speelt. Het popfestival, dat is een andere geschiedenis. Ten eerste houden we niet van festivals. We speelden er omdat Berry het or-ganiseerde. De sfeer is gedesorganiseerd. Groepen spelen nooit op de afgesproken tijd. Je wacht de hele dag zonder dat je iets kan doen. De geluidskwaliteit is ook altijd een gok. In een kwartier je geluid in elkaar flansen, is gekkenwerk. Bovendien kun je jezelf niet horen in de open lucht. Je geluid verdwijnt. Verder had ik ongelooflijk de pest aan het publiek. Ze gooiden blikjes naar John Surman, waarschijnlijk de beste muziek van het festival werd het slechtst ontvangen. Voor Mungo Jerry komen ze, de hufters. Ik was in tranen toen ik het toneel opstapte, dan kun je niets verwachten.

Barre Phillips, hun basgitarist, is een Charly Parker op de bas. Niemand hoort het. Als hij over tien jaar in armoede sterft, dan gaan ze misschien luisteren.

Voor ons klappen ze wel, wij zijn beroemd - hé men de soft machine ! - maar ze luisteren niet.

Popfestivals zijn kut. Kut met blaren.'

Over de groep: 'We zijn nooit een jolig stel geweest. Altijd bitter. We scheuren elkaar aan flarden. We zijn altijd op zoek geweest naar een soort kern, een waarheid. Met een soort masochisties plezier, geven we elkaar ervan langs.'

'We zijn denk ik de armste big name groep, die ooit bestaan heeft. We hebben altijd en alleen maar financiële problemen. We zijn de slechtste kapitalisten, die er bestaan. We hebben gewoon niet het vermogen om geld bij elkaar te houden. We tekenden een kontrakt met een schurk. Mike Jefferson verdiende het geld dat onze eerste elpee opbracht. De eerste plaat was een hit in Holland, de poen ging naar Jefferson.' (Die financiële toestand bracht de Machine uiteindelijk bij CBS, die ze een zeer goed kontrakt heeft aangeboden.)

'Wij zitten in een chroniese onzekerheid. Altijd op de grens van het onbekende, dat is zeer slopend op den duur. Soms heb je een periode nodig om weer een beetje te zien, waar je mee bezig bent.

We zijn niet uit elkaar, we zijn niet bij elkaar. Onze vriendschap is niet afgelopen, we zitten in een fase dat we elkaar niet moeten zien. We moeten een paar honderd kilometer van elkaar vandaan blijven, daarom zit ik nu aan de Amstel.

De Soft Machine is een overeenkomst voor het leven. De onzekerheid betreft alleen de vorm, niet het voortbestaan van de groep. We zijn echt vrienden, en vriendschap verandert wel, maar verdwijnt niet zo snel. '

- Heb jij enig idee in welke muzikale richting jullie ontwikkeling gaat?

'Wij volgen onze neus. Ik kijk nooit naar de horizon. Dat laat ik aan mensen over, die verder van onze muziek af staan. We staan er te dicht bij. Je moet niet vergeten dat ons gebied volslagen onbekend is. Er wordt gewerkt met nieuwe strukturen. Je merkt wel waar het op uit draait. '

'We staan allemaal achter ons instrument. Ieder lid heeft de beschikking over een soort informatie, die de anderen niet hebben. Informatie - uit zelf-edukatie, de enige vorm, die wat betekent - en beheersing hebben veel met elkaar gemeen. Ik geef je een voorbeeld. Informatie, zoals ik het opvat, zit in een soort put, die je door jezelf te ontwikkelen, hebt gegraven. Dus die informatie is alleen voor jou toegankelijk. Het gaat hier om emotionele informatie. Bij het samenspelen moet je vertrouwen op de vermogens - en de informatie - van je medespelers. Zij hebben iets, wat jij niet hebt. Als je elkaar dan niet vertrouwt, kun je niet samen werken. De toegang tot die bron of put geeft je het recht zelf beslissingen te nemen. Daarom heeft ieder lid van de groep een soort macht over de anderen. In een zekere zin zijn we doodsbang voor elkaar. '

'Ik weet dat ik nogal abstrakt ben. Het is veel makkelijker een muur te schilderen, die een ander neergezet heeft, dan zelf een muur te bouwen. Ik zal de muur verven, die jij neergezet hebt. Je had het over het effekt van 'on the road' zijn. Hugh en Mike willen wel eens weten waar die weg naar toe gaat. Zij funktioneren momenteel beter aan de tekentafel - ze ontwerpen een atlas. Ik ben liever onderweg. Onderweg komt er wat uit m'n handen. '



       
     
Previous article