Les années Before | Soft Machine | Matching Mole | Solo | With Friends | Samples | Compilations | V.A. | Bootlegs | Reprises|
Interviews & articles
     
Soft Machine draait weer op volle toeren - Oor - nummer 2 - 15 april 1971






'


D
e Soft Machine heeft - merkwaardigerwijze - nogal een koude douche gekregen van de pers tijdens hun recente toer door ons land. Mijns inziens volkomen ten onrechte werd de groep ervan beticht 'monotoon' en 'ongeinspireerd' te hebben gespeeld. Het gaat me hier overigens niet zozeer om het brengen van een eigen mening over de kwaliteiten van de groep, van mij mag je het lelijk vinden. Wat ik alleen niet begrijp, is dat vrijwel niemand probeert uit te vissen waarom de Machine de laatste tijd zoveel veranderingen in z'n muziek aanbrengt. Een aantal voor de hand liggende waarnemingen worden gewoon niet gedaan of men wijdt er geen woord aan in de kritieken. In de onderstaande interviews - een met elk van de leden van de groep - wordt op die punten uitgebreid ingegaan. Oor's inziens komen er dan dingen voor de dag, die wel wat duidelijker belicht hadden mogen worden en die veel verklaren over de fase, waarin de groep thans verkeert.



TEKST EN FOTOOS BAREND TOET





Elton Dean speeltongeveer 1 ½ jaar bij de groep. Voor die tijd zat hij als beroepsmusicus in verschillende groepen.
Hij speelde o. a. met Long John Baldry en Elton John in Bluesology. Naast de Soft Machine maakt hij deel uit van Centipede, de 50 mans groep van Keith Tippet.

BT: Je begon gelijk met Lynn Dobson en twee anderen in Soft Machine.

ED: 'Ja, we begonnen met een blazerssectie van vier man.'

BT: Jij had toen niet zo'n grote rol in het geheel.

ED: 'Zo nu en dan een solo, we deelden de soloos onder elkaar. Er was veel bladmuziek.

BT: Veel vaste arrangementen?

ED: 'Mike en Hugh schreven alles. Het is trouwens nog zo dat zij vrijwel alles schrijven. Alleen is alles veel losser en vrijer.

BT: Je schrijft nu toch ook zelf?

ED: 'Een beetje hier en daar, ik hou er niet zo van. Ik hou meer van spelen. Wat ik doe is zeer minimaal. Soms geef ik de richting aan van een paar maten, veel verder gaat het niet.'

BT: Toen de blazers voor het eerst in jullie muziek opdoken, was het eigenlijk meer als versiering van een al bestaande manier van musiceren. Het was geen nieuwe muziek.

ED: 'We hadden veel problemen met het geluid. Veel gerotzooi met de apparatuur. We hebben het nooit voor elkaar gekregen. In feite beginnen we er nu pas achter te komen.'

BT: De anderen gingen weg, waarom?

ED: 'Om verschillende redenen. Er was ander werk voor ze en de apparatuur was niet goed en de ekonomiese situatie van de groep.'

BT: Maar denk je dat er een rol was voor allemaal ?

ED: 'Ja we gebruiken ze soms nog. Nog een paar dagen terug hadden we een radiouitzending, waarin vier blazers meededen. Het is gewoon niet prakties voor toernees en optredens. '

BT: Een vorige toer hadden jullie wel Lynn Dobson mee. Die paste, geloof ik, niet zo goed bij de rest van de groep ?

ED: 'Hij wilde weg en wij wilden dat hij wegging. Hij vond zichzelf belangrijker dan de rest. In het begin was het wel goed, maar er zijn wat botsingen geweest tussen hem en de rest. Dan zeg ik niet teveel.'




BT: Sommige van de stukken van het laatste jaar, vooral op de 'Fourth' elpee, doen sterk aan jazz denken. Ben jij gelukkig met die ontwikkeling ?

ED: 'Dat is waarschijnlijk mijn invloed in de groep. Ik kwam van een jazzgroep. Ik speelde bij Keith Tippet voor ik in deze groep terechtkwam. Daarvoor speelde ik in allerlei rock 'n roll groepen, soulbands, Bluesology, Soulpushers.'

BT: Die verandering naar jazzelementen in jullie muziek. Hoe werd die tot stand gebracht? Door schrijven? Schreef je in die periode werk voor de groep?

ED: 'Nee; mensen die met elkaar spelen, beinvloeden elkaar. De richting moet haast wel veranderen als er nieuwe leden in een groep komen.'

BT: Vanmiddag (na het zondagmiddagconcert van 21/3 jl.) viel het me op dat de stukken die jullie speelden van 'Fourth' veel losser klonken dan op de plaat.

ED: 'Er staat veel geschreven werk op die plaat. Hugh en Mike gaven aan waar de improvisaties konden komen. Nu zitten we er wat beter in, op toneel wordt het allemaal veel losser. Het improvisatie-element groeit daardoor. We improviseren nu ook veel meer, vrijwel alles is vrij, je werkt op een schema, maar verder ben je vrij.'

BT: Ik kreeg de indruk dat, vooral in de ensemble-stukken, het karakter van de oudere stukken van de groep weer sterker naar voren kwam als op de laatste platen en tijdens het voorlaatste concert.

ED: 'Ik ken die oude stijl niet zo goed. De eerste elpee heb ik nog nooit gehoord. Ik geloof dat ze toch niet meer in die stijl schrijven.'

BT: Wat betekent Centipede voor je?

ED: 'Je kunt er mee lachen, (grinnikt). Het is meer een sociale aangelegenheid. Vijftig man op het toneel.'

BT: Hoe versterk je het geluid van je toeters? (voor slimme lezertjes, de vragensteller heet Toet).

ED: 'Er hangt een klein soort mikrofoontje in het gebogen gedeelte van de saxofoon. Er zit niets op het toetsengedeelte (bedoeld worden de vingerkleppen of hoe die dingen in vaktaal mogen heten).'

- BT: Heb je geen problemen met een metaalachtige klank met dit soort versterking?

ED: 'Ja, vooral met de altsax. Met de sopraansax en de saxello is het geen probleem, die hebben van zichzelf een scherper geluid. Ik hou daar wel van. Het past goed bij Mike's orgel, vooral in de vibrato's. Met houten blaasinstrumenten is het overigens nog moeilijker om ze te versterken.'

BT: Denk je dat je nu beter past in het geheel van de muziek dan toen je er pas bijkwam? Is het wenningsproces nu afgelopen?

ED: 'We hebben nogal wat wijzigingen meegemaakt in die tijd. Eerst alle wisselingen mol blazers, vier, twee en toen een. Ik weet het niet, waarschijnlijk zijn we er nog niet helemaal. Maar ik denk wel dat mijn rol groter is geworden in die tijd. In het begin beschouwde ik mezelf niet als groepslid, het was een baantje. Maar sinds de andere blazers weg gegaan, ben ik meer betrokken geraakt bij wat er gebeurde. Nu is het kontakt ook persoonlijker. Ik heb meer te maken met de mensen en met wat er in hun hoofden omgaat, het is meer een groep geworden.'




BT: Wat gebeurde er deze zomer? (van de zomer waren er sterke geruchten dat Robert de groep zou verlaten. Hij toerde met Kevin Ayers' Whole World en vertelde dat hij niet meer met Soft Machine wilde spelen).

RW: 'Ik weet het nog niet precies. Ik heb er nog niet voldoende afstand van genomen. Nog geen algemeen beeld. Maar er zijn wel details, die me duidelijk zijn. Ik werkte met andere mensen, met Kevin en Centipede en in paniek. En dezelfde angst heb ik jaren gehad over m'n zingen. Ik hou van zingen. Maar ik weet niet hoe ik hét aan moet pakken. Ik ben niet echt... Ik wil niet zingen... Ik vind het fijn m'n stem te gebruiken, ik kan er dingen mee doen, maar ik wil niet klinken als anderen. Er is niemand die ik als voorbeeld zou willen nemen. Met drummen zijn er veel mensen die ik goed vind, maar ik ken niemand, die een geluid heeft dat ik zou willen zingen. Het zal langer duren voor ik weet hoe het wel moet. Dat is een permanent probleem voor mij.!

BT: Vond je het fijn een plaat te maken?

RW: 'Eh.. . ja... ik weet het niet zeker. Ik wilde altijd al een volledig ongestruktureerd stuk muziek spelen. Ik denk dat het misschien beter zou zijn geworden als ik het zes maanden, eerder of later gedaan zou hebben.

BT: Wat vind je goed op de plaat?

RW: 'Wat ik goed vind ? Neville Whiteheads bas. Hij speelt eigenlijk geen bas meer in de vroegere betekenis van het woord. En hij had toen een dubbele bas met een prachtig geluid. En.,.... (stilte) dat is het zo'n beetje, (grinnikt).'

BT: Er staat niet zoveel zingen op.

RW: 'Je bedoelt 'End of an ear', dat is de enige song. Maar er staat wel veel gezang op, veel gezang en weinig zingen.'

BT: Was dat je bedoeling?

RW: 'Nee, maar dat was waar ik op dat moment toe in staat was.'

BT: Vind je de vokalen op 'Moon in June' goed?

RW: 'Nee, ik heb het verneukt. Ik vind de baeking goed. Ik vind het arrangement heel goed, daar was ik blij mee, niet met het zingen. Ik was te nerveus, te aarzelend.'

BT: Dat past toch goed bij het stuk? Je zingt 'I'm in a dilemma'.

RW: 'Ja. Het is te persoonlijk, het zijn geen dingen die je in het openbaar zegt. Ik ben verbaasd als iemand ze echt begrijpt, de moeite doet er zich in te verdiepen. Ik begrijp niet hoe iemand ze kan volgen. Ik kan geen enkele reden verzinnen waarom iemand er zich in zou verdiepen, tenzij... De enige reden waarvoor iemand mogelijkerwijs geinteresseerd zou kunnen zijn, is dat je mij bent en dat je geïnteresseerd bent in een soort amateur psycho-analyse.,'

BT: Jouw zingen is altijd nogal'persoonlijk geweest.

RW: 'Nerveus is een beter woord, vind ik.'

BT: Verzin je de woorden terwijl je zingt?

RW: 'Nee. De meeste van de woorden zijn zeer, zeer zorgvuldig voorbereid. Alles wat ik zing, is duizendmaal overwogen. Ik denk dat ik meer tijd besteed heb aan de paar woorden, die ik geschreven heb, dan aan iets dat ik ooit op drums gedaan heb of aan iets dat ik in het algemeen gedaan heb. De manier waarop ik het gebruik is spontaan, maar wat ik zeg niet.'

BT: Ik heb het idee dat het materiaal van 'Fourth' op het toneel heel anders klinkt dan op de plaat.

RW: 'Ik geloof dat Hugh en Mike weer meer geven om het optreden als zodanig. Ze waren een tijdlang meer geïnteresseerd in komponeren, maar er is nu meer evenwicht tussen spelen en schrijven.
Het beste dat je van onze platen kunt zeggen, is dat er goed over nagedacht wordt. Er zitten veel originele gedachten in. Goede composities. Maar wij schijnen er in de studio's nooit zoveel van terecht te brengen. Daarom moeten we nu een live album maken, geloof ik.'




BT: Moet je technies erg goed zijn om jullie muziek te spelen?

HH: 'Je moet goed kunnen spelen, maar niet beter dan bij andere soorten muziek. Je moet een bepaalde hoeveelheid techniek hebben om op de luisteraar over te kunnen brengen wat je bedoelt. Maar als je dat eenmaal hebt, kun je alles spelen. De gecompliceerdheid is niet zo'n faktor. Misschien hebben wij een beetje betere techniek dan de gemiddelde popgroep, maar het zal niet veel schelen.'

BT: En het publiek, is het geen moeilijke muziek voor publiek?

HH: 'Ik hoop het niet, ik zie onze muziek niet als moeilijk.'

BT: Je hebt de laatste tijd niet veel geschreven.

HH: 'Nee, ik heb ongeveer negen maanden niets geschreven. '


BT: Waarom niet?

HH: 'Ik heb er geen zin meer in.'

BT: Waarom niet?

HH: 'Omdat ik er geen zin meer in heb. Ik ben meer geïnteresseerd in wat er in de groep gebeurt. Er gebeuren zoveel dingen in onze muziek op het toneel. Ik heb er niet aan gedacht wat te schrijven.'

BT: Komt dat doordat het nu weer bevredigender speelt met de groep ?

HH: 'Dat is waarschijnlijk een van de voornaamste redenen. Ik schreef toch nooit zoveel. Ik ben heel lui, weet je. Meestal schreef ik trouwens in de lente. Ik weet niet waarom.'

BT: Draai je je versterker ver open?

HH: 'Ik speel met het grootste volume dat ik kan krijgen zonder vervorming. Hij staat ongeveer halverwege. Als je hem hoger draait, verbeter je het geluid niet. Als je hem te hard hebt staan, kun je alleen maar hard spelen, dan heb je geen nuance meer. Ik speel er liever op dan dat ik iedereen het toneel afblaas.'

BT: Welke pedalen gebruik je? (Bedoeld worden pedalen waarmee het geluid van het instrument gevormd kunnen worden tijdens het spel).

HH: 'Een fuzz en een wah-wah.'

BT: Wat voor bas heb je?

HH: 'Fender. '

BT: Het viel me op dat je de bas soms als een volwaardig solo-instrument bespeelt. Is er bij jullie nog een scheiding tussen ritme en solo-instrumenten?

HH: 'Alle instrumenten zijn gelijk bij ons. Elton kan ritme spelen, hij is trouwens nog een geval apart door het geluid van zijn instrumenten. Hij zit vaak in de hoge registers. Maar voor de rest geldt het. Soms vind ik het nog wel een soort imitatie, maar het werkt ook wel goed. We hebben veel flexibiliteit.'

BT: Dat betekent dat jij niet alleen in de ritmiese ondergrond een rol speelt maar ook in de 'echte' muziek.

HH: 'Ik zit er ergens tussen in.'

BT: Zou je bassist in een andere groep kunnen zijn?

HH: 'Ik zou het wel kunnen, maar ik denk niet dat ik het wil. Tenzij het net zo'n soort band is.'

BT: Naar welke muziek luister je?

HH: 'Meestal naar jazz, Miles Davis en zo.'

BT: Speel je wel eens met anderen?

HH: 'Niet veel, we hebben wel wat sessie werk gedaan met Kevin Ayers en voor Syd Barrett. Ik hou er niet altijd van. Soms is het goed, maar vaak nogal teleurstellend. Je bent geneigd het makkelijkste te doen. Terwijl je tot bevredigender resultaten komt als je langer met elkaar speelt.'





BT: Waarom is Kevin weggegaan, denk je?

MR: 'Eigenlijk is hij niet weggegaan, de hele groep bestond niet meer. We gingen uit elkaar na dat jaar in Amerika met Jimi Hendrix. Ongeveer zeven maanden was het, avond aan avond optreden. En Kevin en ik kregen er allebei genoeg van. Er was geen tijd om te repeteren, je leefde voortdurend op je zenuwen. We waren volslagen oververmoeid. Elke dag bracht je ongeveer vier uur door in een vliegtuig. We konden ons niet bezig houden met nieuw repertoire, geen nieuwe nummers schrijven. Elke avond was je gedwongen jezelf te herhalen. Muzikaal leidde het nergens naartoe. Dat wilden we niet meer. Kevin en ik hielden ermee op. We zouden in de toekomst wel weer gaan samenwerken. En Robert bleef in Amerika.

Maar toen ik in Londen terugkwam, bleek dat we een plaat moesten opnemen. Dat was kontraktueel geregeld, daar konden we niet onder uit. Inmiddels was Kevin naar Mallorca vertrokken. Na een paar weken kwam Robert terug en we moesten de studio in. Kevin was nog weg. En het moest snel voor elkaar komen. Robert en ik schreven wat materiaal en we zochten een bassist. We konden Kevin vragen, maar hij houdt niet erg van geschreven materiaal en hij houdt ook niet van snel werken. Wij hadden iemand nodig die dat wel kon. En toen dachten we aan Hugh, die we allang kenden en die voldoende kennis had om het te kunnen en we namen die plaat met hem op.'

BT: Waarom zijn jullie na die twee eerste elpees naar een andere maatschappij gegaan?

MR: 'Dat was een overeenkomst, die aan allebei de kanten nogal wat problemen met zich mee heeft gebracht. Zij hadden problemen omdat wij niet naar Amerika terug wilden. We wilden er niet heen omdat we er zo lang gezeten hadden, we wilden er eigenlijk helemaal niet heen. Bovendien betekende een toer door Amerika toen een stevig verlies. Het kostte ons geld. Maar er was eigenlijk meer aan de hand. Uiteindelijk stemden wij toe erheen te gaan en toen kon de manager geen toer bij elkaar krijgen. En wij waren boos en zij waren boos en er waren allerlei vreemde dingen aan de hand met de verkoop van onze eerste elpee in Europa. En ook met de tweede, want het distributie-apparaat werkte nog niet goed. Het was een gloednieuwe maatschappij.'

BT: Wat voor rol speelde jullie eerste manager ?

MR: 'Mike Jeffries? Als ik er nu op terugkijk, heeft hij ons belazerd. Het geld dat we met de eerste elpee verdienden, hebben we nooit gezien. We wisten niet beter. Het enige dat we eraan overhielden, was een toer met Hendrix. Jeffries had Hendrix en de Animals, dus wij dachten dat we goed zaten. Hij was de eerste manager die we hadden, die voldoende kapitaal had om in ons te steken. Maar hij heeft het nooit gedaan. We werkten op een percentage basis. Dus hij stopte ons overal, zodat hij zijn percentage kon opstrijken. Hij heeft nooit goed geweten wat hij met ons aanmoest. Hij bleef er op aandringen dat we toptien materiaal moesten spelen en dat weigerden wij natuurlijk. Het enige goede dat we in die tijd deden, was te weigeren toptientroep te spelen.'

BT: Hebben jullie nu de juiste balans tussen werk en vrije tijd?

MR: 'Dat is een van de moeilijkste dingen. Als je het goed bekijkt is het hebben van vrije tijd even belangrijk als dat van werk. Alleen is een goede verhouding moeilijk te krijgen. Meestal werk je te hard of te weinig. Je moet eigenlijk erg veel vrije tijd hebben, waarin je niet altijd aan muziek hoeft te denken en tijd, waarin je wat kunt schrijven en dergelijke. Als je avond aan avond werkt, kun je alleen je materiaal veranderen via improvisaties.'

BT: Is jullie materiaal veel veranderd de laatste tijd?

MR: 'Het is losser geworden en het samenspel is beter. We zijn met dit materiaal gelijk de studio ingegaan en dat is wel te horen. We hadden het niet voldoende in de vingers. Nu wel. Onderweg is het allemaal veel meer gaan leven. Met al onze platen tot nu toe, hebben we deze fout gemaakt, met net geschreven materiaal de studio in te gaan. Dan ben je je er nog te bewust van.

BT: Jij en Hugh, houden jullie meer van komponeren dan van spelen?

MR: 'Nee, dat is niet zo. Ik hou wel van schrijven, maar evenveel van spelen. Op het moment zelfs erg veel. Misschien is het wel waar geweest, afgelopen zomer concentreerde ik me meer op schrijven. Toen gingen we door een nogal onbevredigende fase in ons spel. Dat is veranderd. Ik houd er niet van voortdurend op stap te zijn. Toeren zijn te verdragen, als ze niet langer dan een week of twee duren.'

BT: Is er veel nieuw werk? Hebben jullie de laatste maanden nieuwe dingen geschreven?

MR: 'Nee, we schrijven niet veel meer. Hugh wil het helemaal niet meer, geloof ik. Hij denkt dat hij er geen zin meer in heeft. En ik heb zelf ook al een lange tijd niets meer geschreven. Ik heb de laatste maanden alleen een kort tussenstukje geschreven en Elton heeft er een paar gemaakt. En Robert schrijft niet meer. En ik weet ook nog niet of ik wat zal schrijven als we terugkomen.'

BT: Men zegt vaak dat jullie experimentele muziek maken. Is dat zo?

MR: 'Niet echt. De enige aanspraak die wij kunnen maken op het predikaat avant garde is dat we een aantal oude modernistiese begrippen geleend hebben van andere gebieden en ze hebben toegepast in pop. We gebruiken sommige dingen, die nooit in pop gebruikt werden en die al jaren in moderne klassieke muziek gebruikt werden. Niet in jazz.'

BT: Jullie muziek krijgt toch meer jazzelementen.

MR: 'Dat is Elton. Hij komt uit een jazz-groep. Elton is erg belangrijk voor de groep de laatste tijd.

       
     
Previous article